Persoonlijke feestjes

Modus Vivendi

‘Het lijkt er eigenlijk wel op dat je je modus vivendi hebt gevonden’, zegt hij. ‘Mijn wat?’ vraag ik hem een beetje verward. Ik probeer in mijn brein te graven naar de betekenis van modus vivendi maar er komt niets naar boven. ‘Nou, zo te horen heb je wel een manier gevonden om te leven met je angst- en paniekklachten’. Mijn blik is nog meer verward dan deze al was, heeft deze man wel gehoord wat ik net allemaal aan hem heb verteld?

Vervangende psychiater

Eens in de drie maanden kom ik bij de psychiater vanwege de medicatie die ik slik voor mijn angst- en paniekstoornis. Ik was nu al bijna een half jaar niet meer geweest. Mijn eigen psychiater was met pensioen gegaan, dus ik moest wachten op een afspraak met mijn nieuwe psychiater en dat kon pas een half jaar later ingepland worden. Op zich had ik daar niet zo’n probleem mee, want als er iemand is tussen mijn hulpverleners waar ik echt nooit een band mee heb is het een psychiater. Het lijkt wel alsof psychiaters hier niets over leren tijdens hun studie, want in al die 13 jaar dat ik een psychiater nodig heb gehad is er nog nooit één psychiater geweest waar ik een band mee heb gehad. Best wel bijzonder.

Voor de goede orde, ik was dus niet overgestapt naar een andere organisatie. Ik had binnen de organisatie waar ik al zat een nieuwe psychiater gekregen. Hij had mijn hele dossier tot zijn beschikking, hij had zich volledig in kunnen lezen in mij. In plaats daarvan liet hij mij mijn hele verhaal van A tot Z opnieuw vertellen. Hij stelde vragen die mij al honderd keer gesteld waren en waarvan alles terug te vinden was in de afgelopen paar gesprekken met mijn oude psychiater. Afijn, ik gooide zonder morren voor de zoveelste keer mijn hele levensverhaal op tafel voor een hulpverlener. Ik was er inmiddels zo bedreven in geworden dat ik de afgelopen 13 jaar in 45 minuten kon samenvatten.

Placebo

Aan het eind van mijn levensverhaal vertelde ik mijn nieuwe psychiater waar ik was gebleven met mijn oude psychiater. Ik vertelde over de laatste keer medicatie afbouwen en over dat ik het gevoel had dat de antidepressiva alleen nog maar een placebo effect hadden. Mijn oude psychiater kon zich er heel goed in vinden dat ik dit dacht en was bereid mee te werken aan het uitvinden of ik ook daadwerkelijk zonder medicatie een leven zou kunnen leiden zonder al te veel gekke fratsen. Maar toen ik mijn nieuwe psychiater vertelde over het placebo effect begon hij nog net niet te lachen dat ik zoiets belachelijks tegen hem zei. Hij bleek ervan overtuigd dat mijn medicatie wel degelijk wat voor mij deed en dat het niet verstandig was om het helemaal af te bouwen.

Natuurlijk had mijn oude psychiater er ook rekening mee gehouden dat zou blijken dat ik niet zonder medicatie kon. Met hem had ik er over gesproken om dan over te stappen naar een ander soort antidepressiva, om te kijken of ik daar minder bijwerkingen van zou hebben. Ook dit vertelde ik aan mijn nieuwe psychiater. Hij vond het absoluut niet raadzaam dat ik over zou stappen op een andere medicatie. Toch deed hij een voorstel voor een ander soort als ik echt perse over wilde stappen en begon daarna alle bijwerkingen op te noemen. Terwijl hij dat aan het doen was kwam ik al snel tot de conclusie dat dit niet de medicatie was die mijn oude psychiater aan mij had voorgesteld. Mijn nieuwe psychiater wilde weten welke medicatie hij dan wel voor had willen schrijven, ik had daar natuurlijk geen flauw benul van. Al die moeilijke namen van die medicatie ontgaan mij altijd snel weer als ik het zelf niet gebruik. Het stond vermoedelijk gewoon in mijn dossier maar terugzoeken in het systeem deed hij niet, hij ging gewoon door met zijn relaas over waarom ik beter niet over kon stappen. Ik liet het maar even rusten, ik wilde niet vandaag al overstappen op een andere medicatie. Ik wilde vandaag gewoon een herhaalrecept van mijn huidige medicatie.

Gekmakende gedachten

Uiteindelijk kwamen we op een punt waarbij ik hem nog vertelde dat ik veel last had van mijn eigen gedachten. Dat ik met dagen echt gek kan worden van mijn eigen gedachtegangen, dat het op dagen soms de hele dag door kan gaan, dat het vaak hele pessimistische gedachten zijn, dat het op dagen soms echt niet te stoppen is, op andere dagen totaal niet te volgen is voor mijzelf en dat het mij op dagen echt tot waanzin kan drijven. Hij luisterde naar mijn verhaal, stelde wat vragen over deze gedachten. Hij dacht even na en zei vervolgens ‘Dat klinkt alsof je gegeneraliseerde angststoornis wat verwaarloosd is in je therapie’. Kijk, daar kon ik wat mee, het mocht duidelijk zijn dat ik hier nog wat meer tijd aan zou moeten besteden met mijn psycholoog. Maar vervolgens zei hij ‘maar je komt niet echt over als iemand die gek wordt van zijn eigen hoofd en gedachten’. Uhm…..oké. ‘Het lijkt er eigenlijk wel op dat je je modus vivendi hebt gevonden’. Tja.

Manier van leven

Mijn nieuwe psychiater zit er echt niet helemaal naast met zijn modus vivendi. Ik heb inderdaad een manier van leven gevonden met de angst- en paniekstoornis die ik heb. In principe heb ik een redelijk goede basis. Ik heb een dak boven mijn hoofd met een bed in mijn slaapkamer waar ik ook de meeste dagen uit kom. Ik heb een vierjarige studie kunnen doen om de gave baan die ik nu heb te beoefenen waarbij ik elke dag op mijn grenzen moet letten. Ik heb net een nieuwe auto kunnen kopen die ik kan rijden, zolang ik maar niet de snelweg op hoef. Ik kan mijn zoontje alles geven wat hij nodig heeft en wat hij wil, zolang ik maar niet met hem alleen naar de Efteling hoef in de vakantie of naar de markt in Middelburg op koningsdag. Ik kan op vakantie, als ik maar niet langer dan vier uur hoef te rijden en alles binnendoor kan rijden. Ik kan naar mijn leuke vriend in België toe, zolang ik hem maar kan bellen als ik door de Westerscheldetunnel rijdt. Ik kan de hele dag druk in de weer zijn en allerlei leuke dingen doen met de mensen om mij heen, als ik de twee à drie dagen daarna helemaal niets plan om daar weer van bij te komen. Ik kan de hele dag mijn hoofd zijn gang laten gaan, als ik aan het eind van de dag extra medicatie kan nemen om rustig te worden. Ik heb dus inderdaad een manier van leven gevonden, ik heb een modus vivendi gevonden. Maar het is zeker niet dé manier van leven die ik graag zou willen. Mijn modus vivendi is krampachtig, chaotisch, vol overwegingen en afgeladen met compromissen. De modus vivendi die ik na wil streven is rustig, kalm, vaker optimistisch dan pessimistisch en met minder compromissen dan ik nu moet stellen.

Eerste en laatste keer

‘Ik ben een interim, dus rond juni zal ik hier weer weg zijn’, besluit mijn nieuwe psychiater ons gesprek. Mijn mond valt open van verbazing. Deze man is maar tijdelijk aanwezig en ik zal in juni weer een nieuwe psychiater krijgen. Hij vindt dat het zo goed met mij gaat dat hij mij in de tussentijd niet meer hoeft te zien. Ik heb zojuist dus in 45 minuten mijn hele levensverhaal op tafel gegooid voor saus. Ergens in juni, of misschien wel ergens over een half jaar, kan ik dit dus weer helemaal opnieuw doen bij mijn tweede nieuwe psychiater. Hopelijk is mijn tweede nieuwe psychiater iemand die wat meer mee wil werken om mijn eigen voor ogen hebbende modus vivendi te verkrijgen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: