Outdoor feestjes

Zeeuwen hebben de Westerscheldetunnel

Ik concentreerde mij op wat er vlak voor mij gebeurde. Ik wilde niet te ver vooruit kijken, bang voor wat er zou gaan komen. Zo rustig als ik kon reed ik door, langzamer dan de toegestane snelheid. De zon in mijn gezicht, de wind door mijn haren. Ik controleerde nog één keer of ik alle apps op mijn telefoon open had staan die ik zometeen nodig zou hebben. Ik voelde of de edelsteen er nog lag, hij was geen millimeter verschoven. Mooi, ik was er klaar voor. Nog maar enkele momenten, hooguit een minuut voordat ik de weg zou begaan die mij al weken lang een knoop in mijn maag bezorgde. Ik probeerde mijzelf gerust te stellen door mij de ergste dingen voor te stellen die er zouden kunnen gebeuren en dat te bagatelliseren. Ik leidde mezelf af met de muziek die ik op de radio hoorde, maar niets kon mij echt meer goed geruststellen. Ik moest dit doen, ik had geen andere keuze. En ineens was het daar; het donkere hol, het gapende gat, als de bek van een monster. Ik haalde diep adem, herhaalde de woorden ‘ik kan dit, ik kan dit, ik doe dit gewoon’ als een mantra in mijn hoofd.

Paniek in de tent…auto!
Dertien jaar geleden werd ik overvallen door vlagen van paniek. De eerste was op een feestje, de ergste was toen ik in de auto van de zaak onderweg was naar een klant in Zeeland. Ik woonde toen zelf nog niet in Zeeland en ik vond het prachtig als ik daar naar toe mocht voor mijn werk. De rust, de zon en de gezelligheid trokken mij aan. Dan stapte ik in de auto, gooide de radio aan en reed op mijn gemakje over de snelweg naar mijn plaats van bestemming. Het kostte mij altijd een halve dag om heen en weer te gaan, maar ik vond het nooit erg. Ik vond het heerlijk om in de auto kilometers te maken, hoe meer hoe beter. Als iemand mij toen had verteld wat ik nu weet had ik het nooit geloofd. De laatste dag dat ik voor dit bedrijf werkte stapte ik in de auto, om naar Zeeland te gaan dus. Ik kampte al een aantal weken met steeds heftiger wordende paniekaanvallen. Inmiddels ging ik niet meer met de metro naar mijn werk, ik liet namelijk iedere metro aan mij voorbijgaan totdat er een rustigere metro aan zou komen, maar die kwam nooit. Ik kwam daardoor te laat op mijn werk en dat was geen optie. Daarom was ik overgestapt op het reizen met de tram, maar de Erasmusbrug overgaan hiermee had mij al snel de das om gedaan en ik deed het nu dan maar op de fiets. Ook dat vond ik waardeloos, maar door de koude buitenlucht kon ik in ieder geval nog een beetje bij zinnen blijven te midden van die hysterische paniek in mij. Eindstand liep ik de Erasmusbrug over om nog maar enig gevoel van vaste grond onder mijn voeten te hebben, hoewel ik mij er akelig bewust van was dat als die brug in zou storten ik geen schijn van kans had.

Autorit from hell
Op mijn laatste werkdag, waarvan ik die ochtend nog niet had geweten dat het mijn laatste werkdag zou zijn, kwam ik bezweet en paniekerig aan op mijn werk. Ik ging met de trap naar de bovenste verdieping van het gebouw, ik durfde de lift niet meer in te stappen. Aangekomen bij mijn bureau nestelde ik mij erachter en keek de afspraken door die er voor vandaag gepland stonden. Ik was eigenlijk niet van plan het pand te verlaten tot het eind van de werkdag, maar iemand anders had voor mij een ritje Zeeland ingepland. Mijn hart sloeg een paar keer over. In de afgelopen weken had ik geprobeerd te vermijden dat ik ver buiten Rotterdam aan het werk moest, maar vandaag ontkwam ik er op geen enkele mogelijke manier aan. Ik verzamelde alle spullen die ik nodig had, laadde de auto in en stapte heldhaftig achter het stuur. In Rotterdam wist ik de weg en voelde ik mij veilig, dus dit ging met gemak. Ik raakte wat meer ontspannen en kreeg het gevoel dat ik er misschien wel zou gaan komen. Eenmaal op de snelweg was ik hier al snel niet meer zo zeker van. De spanning gierde door mijn hele lijf en de knokkels van mijn handen waren wit uitgeslagen van het knijpen in mijn stuur. Ik probeerde mij te concentreren op wat er om mij heen gebeurde, maar het ging te snel en ik raakte iedere keer weer in een soort vage waas.
Na een kwartier snelweg rijden kwam ik een tankstation tegen, ik nam roekeloos de afslag, parkeerde mijn auto en bleef roerloos zitten. Ik kon mij niet meer bewegen, ik was verlamd van de paniek en dacht dat ik gek werd. Na een eeuwigheid, wat misschien werkelijk maar een minuut duurde, begon ik ongecontroleerd te huilen. Van die lange uithalen en dat intense snikken. Ik hoopte dat de spanning daar mee zou zakken maar het hielp niets, althans niet voldoende om de auto te kunnen starten en door te kunnen rijden. Ik kon geen kant op, ik zat vast langs de snelweg. De enige kant die ik op kon was vooruit en dat durfde ik niet. Het was erg verleidelijk om de auto te laten staan en het op een lopen te zetten, gewoon alsof ik ineens was verdwenen. Maar dat deed ik niet, vol schaamte en met dikke tranen belde ik mijn collega in Den Haag en legde alles aan hem uit. Ik had in de afgelopen weken met geen woord gerept over de paniek, ik had dan ook heel wat aan hem uit te leggen. Mijn collega heeft goed voor mij gezorgd. Hij is mij komen halen en heeft geregeld dat de auto terug zou komen op de zaak. Hij bracht mij direct naar huis waar ik op mijn bed in elkaar zakte en de eerste 24 uur niets anders kon doen dan slapen om de paniek een beetje terug te dringen.

Toeristische route
Sinds die dag, dertien jaar geleden, heb ik enorme struggles met autorijden. In de eerste instantie reed ik helemaal geen auto meer. Totdat je dan bij een psycholoog komt met je problemen en hij zegt dat je aan ‘exposure’ moet doen. Dus ik die auto in. Theoretisch gezien zou bij iedere oefening de paniek af moeten nemen. Uiteindelijk zou ik weer paniekloos rond moeten kunnen rijden. Gelukkig! Want ik had zo van autorijden gehouden.
Ik heb mij dertien jaar lang suf geoefend op het rijden van de snelweg. Iedere keer kwam ik mijn eigen angsten onder ogen en draaide ik mijn auto weer die snelweg op. Ik weet niet eens meer het exacte aantal keer dat ik het opnieuw en opnieuw en opnieuw en opnieuw en opnieuw heb geprobeerd. En iedere keer kwam ik bedrogen uit, want oefening baart helemaal geen kunst als het aankomt op je angsten. Er verdween helemaal niets, zelf lullige kleine stukjes snelweg bleef ik niet rijden omdat het zoveel stress gaf en energie kostte. Iedere keer stopte ik dus weer met het rijden van de snelweg en al die dertien jaar heb ik bijna alles via B-wegen gereden. Als ik naar mijn familie ging, toen ik op vakantie ging met Jamie in Limburg. Waar ik ook heen ga met de auto, ik neem de ‘toeristische route´ zoals vele om mij heen dat noemen. Hoewel die toeristische route voor mij zo toeristisch niet is, meer een pain in the ass. Ik doe er twee, soms drie, keer zo lang over om ergens te komen en zo mooi is het allemaal niet meer als je het al tientallen keren gezien hebt.
Kortom, 99% van de tijd was en is de snelweg geen optie voor mij.

Paniek meet tunnel, tunnel meet paniek
Wat mij in het autorijden nog meer angst aanjaagt dan de snelweg zijn tunnels. Tunnels zijn een absolute winnaar van paniekaanval veroorzakers. Ik bedoel, je rijdt zo’n kreng in en het enige wat je om je heen ziet is steen. Links, rechts, boven en voor je, alleen maar steen. Niets anders dan steen, maar ook echt al oud steen want die krengen liggen er natuurlijk al langer dan ik oud ben. Boven op die tunnels stroomt dan een flinke dot water, waarvan je dan moet hopen dat het nergens door dat oude steen heen gaat sijpelen als jij in die tunnel rijdt. Maar wat vooral echt slopend is is dat tunnelontwerpers totaal geen rekening hebben gehouden met calamiteiten die in een tunnel voor kunnen komen. Er zijn geen vluchtstroken of van die kleine parkeervakjes waar je even op adem kan komen en op de één of andere manier lijkt het wel alsof de rijbanen in een tunnel vele malen smaller zijn dan de normale rijbanen op de snelweg. Dan als je aan het begin van een tunnel komt zie je nooit, maar dan ook werkelijk nooit alvast het einde van de tunnel. Er moet altijd wel een rare bocht of kuil in die tunnel zitten. Daarbij doet je radio het ineens niet meer, je mobiele telefoon kapt zijn gesprek af en het enige wat je nog hoort zijn de draaiende motoren van al die auto’s die door die tunnel razen. Daar word ik allemaal toch wel zo rusteloos van, op voorhand al.
En dan heb ik het eigenlijk alleen nog maar over de wat kleinere tunnels, zoals de Vlaketunnel, de Maastunnel, de Botlektunnel, de Heinenoordtunnel. Allemaal vreselijk provocerend voor iemand met paniekaanvallen.

Zeeland the best, op haar tunnel na
In Zeeland hebben ze daar nog even een schepje bovenop gedaan en de Westerscheldetunnel aangelegd. Dat kreng is 6600 meter (!) lang en biedt de enige mogelijkheid om met de auto naar Zeeuws-Vlaanderen te komen, ‘de overkant’ zoals wij dat hier op Walcheren noemen. Tuurlijk kan je ook wel de toeristische route nemen als je er heen wilt, dan ga je via België en doe je er zo’n tweeënhalf uur over in plaats van een minuut of dertig. Ik moest voor mijn werk aan de overkant zijn, om 9 uur. Ik was niet van plan geweest om om half zeven de deur uit te gaan, dus ik had geen andere keuze dan door die tunnel te gaan. Ik hikte hier al bijna drie maanden tegenaan dat deze dag ging komen. Ik was eerder aan de overkant geweest voor mijn werk, maar toen ben ik meegereden met een collega. Die optie was er nu niet en ik moest het dan ook helemaal zelf doen. Ik nam al mijn veiligheidsmaatregelen die ik neem als ik in dit soort situaties ga belanden. Mijn telefoon was opgeladen en lag aan de headset, ik kon muziek aanzetten in de tunnel via Spotify, ik had mijn vriendin onder de snelknop gezet om te kunnen bellen. Naast mij lagen een flesje water en mijn sigaretten op de bijrijdersstoel en ik was zo comfortabel mogelijk gaan zitten.

Ik haalde diep adem, herhaalde de woorden ‘ik kan dit, ik kan dit, ik doe dit gewoon’ als een mantra in mijn hoofd en verdween in de tunnel. Tien minuten, ik moest het hooguit tien minuten uitzingen. Over tien minuten zou het allemaal weer voorbij zijn en wat is nou tien minuten op een hele dag. Die tien minuten haalde ik niet, binnen tien seconden had ik een vriendin aan de telefoon en riep ik tegen haar ‘Ik dacht dat ik dit kon, ik reed echt super stoer die tunnel in maar ik raakte gelijk in paniek’. Ze moest er om lachen en praatte tien minuten met mij, waar het precies over ging weet ik niet meer, dat vergeet ik altijd in zo’n waas van paniek. Hoe ik exact aan de andere kant was gekomen weet ik ook niet helemaal meer, wederom die vage waas. Maar het belangrijkste was dat ik er was en naar mijn vergadering kon gaan. Hoe ik precies weer terug zou komen door die tunnel zou ik daarna wel weer zien.

Hoe ik in mijn eentje, zonder een telefoontje naar vrienden, ooit de Westerscheldetunnel door moet komen weet ik nog niet. Geen idee of dat überhaupt op een dag gaat lukken. Maar voor nu ben ik er één keer doorheen gekomen, dan moet het mij over zes weken nog wel een tweede keer lukken toch?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: