Gezinsfeestjes

‘Wat is dood?’

‘Mam? Wat is dood?’
Ik kijk in de spiegel en zie twee vragende ogen terug kijken. De ogen van mijn zoontje die nog net geen 4 jaar oud is. Ik wist dat de vraag een keer zou komen, maar nu? Ik ben er nu nog niet op voorbereid. Ik had hier nog even over na willen denken en een pasklaar antwoord willen kunnen geven. Ik had het aan hem uit willen leggen op het moment dat er een mens of een dier dood zou gaan, dat zou makkelijker zijn geweest voor mij.

Gedachten flitsen door mijn hoofd, op zoek naar het antwoord dat ik nu moet geven. Hoe moet ik iets uitleggen waarvan ik zelf niet eens precies weet wat het is en hoe het werkt? Een biologische verklaring kan ik geven, maar wat er daarna gebeurt is iets waar ik geen antwoord op kan geven.
Wordt het zwart of is het net zoiets als slapen? Ga ik naar de hemel of naar de hel? Is er überhaupt leven na de dood? Zal ik reïncarneren en terug komen op de wereld waar ik net vandaan ben gekomen?
Al jaren lang jaagt dit onderwerp mij angst aan. Ik probeer het te vermijden, ondanks dat ik heel goed weet dat het onvermijdelijk is. Maar nu mijn zoontje er over begint kan ik het niet meer negeren, kan ik niet meer doen alsof het niet bestaat. Maar hoe praat je met een kind over iets wat jezelf zoveel angst aanjaagt?

In mijn jeugd was de dood niet iets waar over gesproken werd. Mensen en dieren gingen dood en dat was allemaal heel verdrietig, maar voor mij ook heel mysterieus. Mijn opa overleed toen ik 7 jaar was, ook dat was heel mysterieus en ik begreep het allemaal niet zo goed. Hij overleed in het ziekenhuis, voor mij kwam dit heel onverwachts. Ik had geen afscheid van hem kunnen nemen. Ik wilde dat nog doen voordat hij begraven werd, ik wilde hem graag nog zien maar ik mocht hem niet meer zien. Ik begreep er allemaal niets van. Dat niet begrijpen is sowieso niet iets wat ik wil voor mijn zoontje, maar wat zeg ik dan wel?

Prof. dr. em. Manu Keirse, onder andere specialist in rouwverwerking, gaf onlangs een lezing waar ik bij aanwezig was. Hij vertelde over hoe de dood steeds meer uit onze huiskamers verdwijnt. Er wordt steeds minder over gesproken en de taboe op het onderwerp is groot, mogelijk nog groter als het gaat om kinderen en de dood. Wij als volwassenen willen onze kinderen er niet mee ‘belasten’ en houden hen het liefst van dit onderwerp af. Maar, zo stelt Manu, kinderen zijn hierin veel flexibeler dan wij denken. Juist kinderen onwetend houden maakt dat wij ze er wél mee belasten. Kinderen kunnen veel aan, mits zij hierin goed begeleidt worden door iemand die dichtbij hen staat. Een ouder, een opa, een tante of een vriendin, als ze er maar een goede band mee hebben.
En terwijl ik aan het nadenken ben over wat ik mijn zoontje ga vertellen herinner ik mij die woorden van Manu. Ik realiseer mij op dat moment wat de essentie van mijn eigen rol is in hoe mijn zoontje uiteindelijk met de dood om gaat. Dat het mij angst aanjaagt hoeft niet te betekenen dat het hem ook angst aan moet jagen of dat ik hem onwetend moet houden omdat het mij confronteert met mijn angsten.

‘Leg je handje hier maar eens neer.’ Ik wacht even af en zie een klein glimlachje op zijn gezicht verschijnen. ‘Voel je dat? Dat is je hartje.’ Ik neem de tijd om het hem een paar keer te laten voelen. Dat kleine handje op zijn eigen kloppende hartje, die glimlach bij de ontdekking die hij doet, het geluid dat hij maakt als hij zijn eigen hartje nadoet. Voor mij allemaal zo gewoon, voor hem een hele nieuwe ontdekking.
‘Als mensen of dieren dood gaan,’ ga ik mijn verhaal verder, ‘dan stopt hun hartje ermee.’ Weer wacht ik even af terwijl hij zijn handje steeds weer terug legt op zijn eigen hartje. Ik wacht om te zien of hij heeft begrepen wat ik zojuist heb gezegd. Dan vraagt hij mij, ‘Is jouw hart ook dood mama?’ Dit is voor mij het teken dat ik hem nog iets meer uitleg verschuldigd ben.
Een tijdje praten we over wat dood gaan is. Over hoe dieren en mensen dan niet meer kunnen eten, hun ogen niet meer open kunnen doen en niet meer kunnen ademen. Dan blijft hij een tijdje stil en vraagt vervolgens aan mij, ‘Kinderen gaan ook dood hè mama?’ Het is triest en mooi tegelijk dat hij deze verbinding maakt. Ik zou het willen ontkennen, maar ik weet ook dat het niet realistisch is om dat te doen en dat ik hem dan voor zou liegen. Het enige juiste lijkt mij om het te bevestigen en te zien hoe hij daar op reageert, dat is wat ik doe. Ik verwacht door deze bevestiging nog meer vragen van hem, maar dat is niet wat er komt.
Hij kijkt mij aan en ik zie en voel dat hij mij duidelijk heeft begrepen, ik zie het verdriet in zijn gezichtje.
Dan slaat hij zijn kleine armpje om mijn nek, legt zijn wang tegen de mijne en zegt, ‘Ik zal nooit dood gaan mama.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: